De algemene vergadering en de rechten van de leden. Wat voorziet de wet? Kunnen de statuten hiervan afwijken?
De VZW-wet heeft ter bescherming van de leden een aantal rechten van de leden van de vereniging zonder winstoogmerk vastgelegd.
In een notendop worden hierna enkele wettelijke regels, verband houdend met de organisatie van een algemene vergadering van leden, aangehaald.
Daarnaast wordt even stilgestaan bij de vraag of, en in welke zin en mate, men statutair kan afwijken van de bepalingen ter zake opgenomen in de VZW-wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De VZW-wet heeft ter bescherming van de leden een aantal rechten van de leden van de vereniging zonder winstoogmerk vastgelegd.
In een notendop worden hierna enkele wettelijke regels, verband houdend met de organisatie van een algemene vergadering van leden, aangehaald.
Daarnaast wordt even stilgestaan bij de vraag of, en in welke zin en mate, men statutair kan afwijken van de bepalingen ter zake opgenomen in de VZW-wet of haar uitvoeringsbesluiten.
De raad van bestuur moet jaarlijks, ten laatste binnen 6 maanden na afsluiting van het boekjaar de jaarrekening van het voorbije jaar en de begroting voor het volgend jaar ter goedkeuring aan de algemene vergadering voorleggen.
In de neer te leggen jaarrekeningen van de VZW’s volgens het schema van de Balanscentrale is er geen resultaatsverwerking voorzien. Dit roept dan ook veel vragen op in de praktijk. Er valt namelijk wel degelijk het een en ander te zeggen over de resultaatsverwerking in de dubbele boekhouding van VZW’s.
De bestemde fondsen vertegenwoordigen eigen middelen van de VZW opgebouwd gedurende haar werking. Voor de aanleg van een bestemd fonds zal men moeten putten uit de winst van het boekjaar, of het overgedragen resultaat van vorige boekjaren.
Het komt vaak voor dat koepelorganisaties of bedrijfsfederaties tussenkomen in de verliezen van hun leden. Dit gebeurt doorgaans door een storting in speciën aan de verlieslatende VZW, die vaak ook liquiditeitsproblemen ondervindt.
Bij de onkostenvergoeding voor vrijwilligers kunnen VZW’s kiezen tussen twee mogelijkheden: (i) de terugbetaling van de werkelijk gemaakte onkosten of (ii) een forfaitaire onkostenvergoeding die aan wettelijke grenzen is onderworpen.
Vaak wordt de vraag gesteld of aan het oprichten van een VZW enig risico verbonden is en of de leden van de VZW aansprakelijk zijn ?
De Wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II) (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2010) introduceert een nieuwe Titel IIIbis “Inbreng om niet van een algemeenheid of van een bedrijfstak” in de VZW-Wet.
De nieuwe Europese richtlijn inzake grensoverschrijdende dienstverrichtingen, de zogenaamde “VAT Package” die in voege is vanaf 1 januari 2010, heeft ook gevolgen voor VZW’s die tot op heden gemengde BTW-belastingplichtige zijn of die volledig vrijgesteld zijn conform artikel 44 van het BTW-wetboek.
Bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse artiesten (inhoudingsplicht van 18 %) bestaat de mogelijkheid tot aftrek van “produktiekosten”.