Bedrijfsvoorheffing buitenlandse artiesten: let op aftrekbare produktiekosten !
Bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse artiesten (inhoudingsplicht van 18 %) bestaat de mogelijkheid tot aftrek van “produktiekosten”.
Dit principe wordt doorgaans niet meer in vraag gesteld, maar toch constateren wij dat dit bij lokale fiscale controles niet altijd zo evident is.
Integendeel, er wordt een belangrijke inspanning gevraagd van organisatoren om deze produktiekosten te bewijzen.
De scenario’s die dagdagelijks voorkomen zijn de volgende :
- de produktiekosten worden aan de organisator gefactureerd en door hem betaald aan derden (niet aan de artiest). Dan is er eigenlijk geen reden tot discussie en dient de fiscale administratie dit te aanvaarden.
- de produktiekosten worden louter vermeld in het contract met de artiest, zonder verdere verantwoording. Dit is al een veel moeilijker situatie, de fiscale controleur kan deze kosten dan ook verwerpen.
- de produktiekosten worden verwerkt in het contract én U ontvangt van de artiest een kopie van de onderliggende facturen die deze kosten verantwoorden. De fiscale controleur dient in dit geval de kosten te aanvaarden, als deze redelijk zijn in verhouding tot de totale vergoeding van de artiest. Ook hier is er dus zeker nog mogelijkheid tot discussie met de fiscale administratie.
Bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse artiesten (inhoudingsplicht van 18 %) bestaat de mogelijkheid tot aftrek van “produktiekosten”.
Dit principe wordt doorgaans niet meer in vraag gesteld, maar toch constateren wij dat dit bij lokale fiscale controles niet altijd zo evident is.
Integendeel, er wordt een belangrijke inspanning gevraagd van organisatoren om deze produktiekosten te bewijzen.
De scenario’s die dagdagelijks voorkomen zijn de volgende :
- de produktiekosten worden aan de organisator gefactureerd en door hem betaald aan derden (niet aan de artiest). Dan is er eigenlijk geen reden tot discussie en dient de fiscale administratie dit te aanvaarden.
- de produktiekosten worden louter vermeld in het contract met de artiest, zonder verdere verantwoording. Dit is al een veel moeilijker situatie, de fiscale controleur kan deze kosten dan ook verwerpen.
- de produktiekosten worden verwerkt in het contract én U ontvangt van de artiest een kopie van de onderliggende facturen die deze kosten verantwoorden. De fiscale controleur dient in dit geval de kosten te aanvaarden, als deze redelijk zijn in verhouding tot de totale vergoeding van de artiest. Ook hier is er dus zeker nog mogelijkheid tot discussie met de fiscale administratie.
In een
Er wordt aanvaard dat de forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend aan ‘onbaatzuchtige’ vrijwilligers in de sport, socio- en culturele sector, binnen bepaalde grenzen, werkelijke kosten dekken en aldus belastingvrij zijn.
“Waregem Koerse”, het society-evenement bij uitstek van Zuid-West-Vlaanderen en de “place to be” voor de echte paardenliefhebber, is recent in het ‘fiscale’ nieuws gekomen. Blijkbaar heeft de belastingcontroleur van de achterliggende VZW zich vragen gesteld bij het fiscaal karakter van deze VZW met als doel “promotie van de paardensport”.
Het vrijwilligerswerk wordt geregeld door de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers in feitelijke verenigingen of private/publieke rechtspersonen zonder winstoogmerk.
Parlementslid Dirk Van der Maelen heeft dit voorjaar een parlementaire vraag gesteld omtrent het bestaan van regelgeving die bepaalt welke activiteiten ambtenaren mogen uitoefenen in het verenigingsleven.
De afwezigheid van ‘winstoogmerk’ vormt het essentiële kenmerk van een VZW. Een VZW wordt opgericht met een belangeloos doel, zij streeft geen winst na voor haar leden.
VZW’s die een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren (dit zijn de zogenaamde ‘kleine’ VZW’s) dienen hun boekhoudkundige stukken (dagboek en verantwoordingsstukken) voortaan nog slechts 7 jaar te bewaren i.p.v. 10 jaar (KB 27/09/2009).