Vzw’s en hun kantine
Om te bepalen of een vzw btw-plichtig is dient te worden gekeken naar de effectief uitgevoerde activiteit en niet naar de doelstellingen van haar statuten. Indien een btw-belastbare activiteit wordt uitgeoefend dient een btw-nummer te worden aangevraagd bij het bevoegde btw-controlekantoor.
Hoe zit het nu met vzw’s die tevens een kantine uitbaten? Dienen zij zich te registreren voor btw-doeleinden en de verdere nodige tax compliance verrichtingen in dit verband te vervullen?
In eerste instantie dient gekeken te worden naar de definitie van belastingplichtige in de zin van artikel 4 Wetboek BTW. Krachtens dit artikel dient “eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen en diensten verricht die in het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend”, als btw-belastingplichtige te worden aangemerkt.
Het grote struikelblok is vaak het op “regelmaat” vervullen van de uitgeoefende activiteit van de vzw. Is een vzw die een tweemaal per jaar een fuif organiseert hierdoor btw-belastingplichtig? Vaak kan men zich beroepen op artikel 44,§2,12° W. Btw. Dit artikel maakt duidelijk dat activiteiten tot het verkrijgen van financiële steun voor de vereniging aangemerkt worden als een uitvloeisel van de normale activiteiten van de organisatie (die voor deze activiteiten zelf vrijgesteld is van btw).
Het moet gaan om handelingen door de vrijgestelde vereniging uitgeoefend, in samenhang met de normale werkzaamheden en uitsluitend ten bate van de vereniging zelf (om de eigen kas te spijzen opdat de eigenlijke werking beter kan gefinancierd worden). Duidelijk is dat het niet mag gaan om commerciële activiteiten die tot concurrentievervalsing kunnen leiden. Men kan zich dus niet zomaar achter de btw-vrijstelling voor vzw’s verschuilen! Vrijstelling inzake btw dienen immers beperkt geïnterpreteerd te worden.
Wat het uitbaten van een kantine door een vzw betreft werd vroeger reeds beslist dat de verkregen opbrengsten buiten het toepassingsgebied van de btw kunnen blijven voor zover de kantine niet zomaar toegankelijk is voor om het even wie. Aan deze voorwaarde is in ieder geval voldaan wanneer de omzet uit de kantine-uitbating niet meer dan 5.580 Euro bedraagt of nog wanneer deze ontvangsten niet meer bedragen dan 10% van de totale vrijgestelde ontvangsten van de vzw (Parlementaire Vraag dd. 26 augustus 2002).
In een antwoord op een recente Parlementaire Vraag dd. 8 juli van dit jaar werd bevestigd dat, hoewel de 10%-regel niet kan worden afgeleid uit de btw-regelgeving terzake, dit criterium moet worden beschouwd als een administratieve tolerantie.
