BTW & sportevenementen. Wie komt eerst over de streep ?

 

Vele sportclubs zijn opgericht onder vorm van een vzw en draaien zo goed als volledig op vrijwilligerswerk.

Het zou voor hen dan ook zonde wanneer zij na een btw-controle worden geconfronteerd met een aanzienlijk bedrag aan te betalen btw, boeten en interesten dat wordt ingevorderd omwille van diverse overtredingen van de btw-wetgeving.

Dat de btw-wetgeving op dit vlak niet altijd even duidelijk is, kunnen we niet ontkennen. Zeer recent publiceerde de fiscus nog een beslissing inzake de toepassing van de btw-wetgeving voor de organisatoren van sportevenementen.

In een recent gepubliceerde beslissing dd. nr. ET 119.653 dd. 11.07.2011 besliste de btw-administratie dat organisatoren van sportevenementen als btw-plichtig dienen te worden beschouwd en dat bijgevolg alle formaliteiten in dit verband dienen nageleefd te worden.

Elke sportclub die derhalve met het organiseren van dergelijke evenement een omzet realiseert van meer dan 5.580 Euro per jaar kan bijgevolg door de fiscus met het vingertje gewezen worden.

Op grond van artikel 4 van het Btw-Wetboek is een belastingplichtige immers eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit btw-Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.

In navolging van Europese rechtspraak heeft het begrip “economische activiteit” een ruime werkingssfeer evenals een objectief karakter, in die zin dat de activiteit op zichzelf wordt beschouwd, ongeacht het oogmerk of het resultaat ervan. Een activiteit wordt aldus in de regel als economisch beschouwd wanneer zij permanent wordt verricht en de verrichter een vergoeding ontvangt.

Bijgevolg wordt diegene die naar aanleiding van de regelmatige organisatie van sportevenementen, leveringen van goederen en/of diensten verricht onder bezwarende titel (bijvoorbeeld door het voeren van publiciteit, verschaffen van spijzen en dranken, merchandising, etc.) als een btw-belastingplichtige aangemerkt.

Wie dus denkt dat men zich zomaar op de vrijstelling van artikel 44 van het btw-wetboek waarin staat vermeld dat verenigingen onder bepaalde voorwaarden vrijstelling van btw kunnen krijgen, heeft het mis.

Enkel en alleen indien de handelingen uitzonderlijk zijn en louter worden georganiseerd om de kas van de vereniging te spekken, kan een beroep worden gedaan op de vrijstelling zoals voorzien in artikel 44 van het btw-Wetboek.

Share |

Tags: , , , , , , , , ,

Laat je reactie achter