Kan een vzw die stoffelijke voordelen verschaft aan zijn leden nog onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting ?

 

artArrest van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen, 23.03.2011

Een artieste richt een VZW op, samen met haar echtgenoot en nog een ander familielid. Het sociaal doel bestond uit de realisatie, de uitvoering en de verspreiding van culturele en artistieke producties. De eigenlijke bedoeling van de artieste was, door de oprichting van een VZW, een tewerkstelling als bediende bij de VZW te realiseren, waardoor ze kon genieten van de sociale bescherming en voordelen van werknemers.

De VZW ontvangt de inkomsten van het artistieke werk van de artieste. Deze inkomsten bestonden uit opbrengsten uit optredens, opbrengsten uit de verkoop van CD’s en platen, inkomsten uit publiciteitswerk,… . De artieste kreeg vanuit de VZW een maandelijks loon. De artieste en haar echtgenoot verhuurden tevens een deel van hun woning aan de VZW tegen een riante huurprijs. Jaarlijks werd er door de VZW een aangifte in de rechtspersonenbelastingen ingediend.

De Administratie is het echter niet eens met deze werkwijze. Volgens de fiscus houdt de VZW zich bezig met activiteiten van winstgevende aard en is de VZW aldus, in toepassing van artikel 220 WIB 92, onderworpen aan de vennootschapsbelastingen. Als argumentatie haalt de fiscus onder meer aan dat de VZW volledig gecontroleerd wordt door de artieste en haar echtgenoot, die de enige daadwerkelijke leden van de VZW zijn. De echtgenoten maken trouwens ook deel uit van de Raad van Bestuur van de VZW, die gevestigd is op hun thuisadres. De inkomsten van de vennootschap spruiten nagenoeg uitsluitend voort uit prestaties van de artieste. Er kan geen enkel document voorgelegd worden waaruit blijkt dat de VZW een belangeloos doel zou nastreven. Het komt er eigenlijk op neer dat de inkomsten van de VZW praktisch integraal doorgestort worden naar de leden van de VZW onder de vorm van loon en huurgelden. Er wordt dan ook een aanslag in de vennootschapsbelastingen verstuurd.

De VZW kan zich in dit standpunt niet terugvinden en legt de zaak voor aan de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen. Deze volgt de visie van de Administratie. De rechter ziet geen graten in de oprichting van een VZW door meerdere artiesten om op die manier te kunnen genieten van het sociale zekerheidsstelsel van de werknemers. Maar als een VZW enkel opgericht wordt met als enige activiteit de inning van de inkomsten van één artieste, om deze inkomsten daarna door te storten naar diezelfde artieste en haar echtgenoot, dan is dit in strijd met artikel 1 van de VZW-Wet van 27 juni 1921. Deze wetsbepaling houdt in dat een VZW geen “stoffelijke voordelen” mag verschaffen aan haar leden. In voorliggend geval kan niet ontkend worden dat de VZW zich door het bezoldigen van de activiteit van één van haar enige leden, bezig houdt met verrichtingen van winstgevende aard waarvan de opbrengsten aan één of meerdere van haar leden doorgestort worden. Volgens de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen is dit voldoende om te besluiten tot een onderworpenheid aan de vennootschapsbelastingen.

De Administratie verstaat onder “activiteiten van winstgevende aard” niet alleen bezigheden met een winstoogmerk, maar ook verrichtingen van nijverheids-, handels- of landbouwkundige aard die zodanig vaak herhaald worden dat ze een bezigheid vormen en/of waarbij nijverheids –of handelsmethoden aangewend worden. Dat er bij deze laatste verrichtingen geen winstoogmerk aanwezig is, is van geen belang. Hebben de verrichtingen slechts op bijkomstige wijze betrekking op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen, of worden er geen nijverheids –of handelsmethoden gebruikt, dan is er volgens artikel 182, 3° WIB 92 geen sprake van verrichtingen van winstgevende aard.

Sommige rechtsleer is van oordeel dat de aanwezigheid van een winstoogmerk in hoofde van de VZW of van een van haar leden geen invloed kan hebben op het fiscaal regime van de vereniging of op de vraag of de VZW onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting, dan wel aan de vennootschapsbelasting. Andere rechtsleer daarentegen is van oordeel dat wanneer een VZW een stoffelijk voordeel verschaft aan één of meer van haar leden, deze VZW dan automatisch aan de vennootschapsbelastingen moet onderworpen worden. De rechter te Namen volgt hier duidelijk dit laatste standpunt. De Rechtbank liet wel blijken dat de uitspraak anders had kunnen zijn als de artieste zelf geen lid was geweest van de VZW.

Share |

Tags: , ,

Laat je reactie achter